VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner – Algemene menskunde – voordracht 3 (3-4)

.

Enkele gedachten bij blz. 49, 50, 51 in de vertaling van 1993.

ALGEMENE MENSKUNDE ALS BASIS VOOR DE PEDAGOGIE

luidt de titel van de vertaling van GA* 293 [1].

De voordrachten die Steiner hield hadden tot doel uiteen te zetten wat vrijeschoolpedagogie omvat.
Van 21 augustus tot en met 6 september 1919 volgden de leerkrachten voor de te beginnen school deze cursus die, naast de in de morgen gehouden voordrachten GA 293, ook nog bestond uit de over de rest van de dag verdeelde cursussen  (GA 294) [2] en (GA295) [3]

Op blz. 48 – onderaan – zegt Steiner: ‘Laten we eerst een blik werpen op de zintuiglijke waarneembare natuur.

In de paar zinnen die volgen [blz. 49] vat hij a.h.w. een groot deel van de 2e voordracht samen. 
Daarin ging het om de grote tegenstelling: voorstelling – wil.

Zie alle artikelen van deze 2e voordracht.

In [2-2] werd de voorstelling beschouwd als een (herinnerings)beeld van iets wat geen realiteit meer heeft. Wat, m.a.w. bijv. niet meer aan te raken is; de haring op de poster met de foto van ‘een nieuwe haring’ =ze zijn er weer= vertoont nu een haring die er niet meer is. En zou die er nog zijn, dan zou die er nu heel anders uitzien.

Steiner wijst nu op een m.i. zeer belangrijk verschijnsel: als we van iets ‘uit de natuur’ wat willen weten, of alles willen weten, dan kan dat -, wanneer je tot in de details wil gaan – alleen als het betreffende ‘iets uit de natuur’ dood is. Stil ligt, te ontleden valt. 

Steiner zegt het op blz. 49 nog niet zo absoluut:

Wenn wir der Natur so gegenüberstehen, daß wir ihr unsere Denkseite, unsere Vorstellungsseite zuwenden, dann fassen wir eigentlich von der Natur nur das auf, was in der Natur fortwährendes Sterben ist. Es ist dies ein außerordentlich gewichtiges Gesetz. Seien Sie sich ganz klar darüber: Wenn Sie noch so schöne Naturgesetze erfahren, die mit Hilfe des Verstandes, mit Hilfe der vorstellenden Kräfte gefunden sind, so beziehen sich diese Naturgesetze immer auf das, was in der Natur abstirbt.

Wanneer we ons met ons denken, onze voorstelling, richten op de natuur, dan worden we eigenlijk alleen dat van de natuur gewaar wat een voortdurend sterven is. Dit is een buitenge­woon belangrijke wet. Laat dit heel duidelijk zijn: wanneer u natuurwetten – hoe prachtig ook – vindt, die met behulp van het verstand, van de voorstellingskracht zijn gevonden, dan hebben die natuurwetten altijd betrekking op hetgeen in de natuur afsterft.

Er staat ‘afsterft’, ik ben een stapje verder gegaan: (af)gestorven is. In de trant van ‘De anatomische les’ van Rembrandt.

Hoewel Steiner het niet noemt, is het duidelijk – tegen het licht van de 2e voordracht – dat het formuleren van natuurwetten – in hoge mate ‘definiëren’ is. Vastleggen, bepalen tot wat IS.

Hier hebben we m.i. een verband met het waarom Steiner in deze voordracht over Mayers wet spreekt. Die is erop uitgedraaid dat het accent is komen te liggen op BEHOUD, d.w.z. op wat IS.

Maar ‘het leven’ IS nooit. Leven ‘WORDT’, is een wordingsproces. Dit wordingsproces vind je niet wanneer je ontleedt – dat kan alleen als het leven eruit is, verdwenen is, dus bij de dood. 

Dat is heel duidelijk in te voelen wanneer je bijv. de vier natuurrijken wil onderzoeken.
De stenen laten zich gemakkelijk analyseren. Die zijn (al dood) en bestaan uit materie; die stoffelijkheid kun je volledig beschrijven.

Doe je dat met planten, dieren en mensen, dan kom je alleen iets te weten over hun materie. En daarvoor moeten ze dan ook dood zijn.

Wat een plant nog meer is, behalve materie, kom je alleen te weten, wanneer je deze laat leven en gaat waarnemen. Iedere dag, door de seizoenen heen. En met dit laatste hebben we de tijd erbij betrokken, moeten betrekken. En met de veranderingen die zich gedurende dit tijdsverloop met/in de plant voltrekken, komen we meer over de plant te weten dan het alleen bestuderen van de stoffen waaruit hij is opgebouwd.
Hier komen wij bij Goethe uit, die als geen ander op de metamorfosen wees, die in de plant plaatsvinden.

Iets dergelijks kan ook voor de andere natuurrijken: die van het dier en de mens, worden opgemerkt.

En met de blik op de pedagogie: op de ontwikkeling van kinderen: hoe verloopt deze door de tijd; welke metamorfosen vinden daar plaats. 

Op diverse plaatsen in de pedagogische voordrachten heeft Steiner het over de gevolgen van ons pedagogisch handelen op jonge(re) leeftijd voor het latere leven. 
Dat wij die zouden moeten kunnen waarnemen.

Op zo’n gedachte kun je niet komen, wanneer ‘krachten’, zoals bij de interpretatie van de wet van Mayer, worden beschouwd in de ‘behoudende’ sfeer: er is geen verandering. 

Iedereen die probeert bij het waarnemen van kinderen bijv. ‘het verloop in de tijd’ te volgen, weet dat hij dan gericht, met aandacht, volhardend, moet zijn. M.a.w. we richten ons dan met onze wil op de buitenwereld. 

Etwas ganz anderes als diese Naturgesetze, die sich auf das Tote beziehen, erfährt der lebendige Wille, der keimhaft vorhanden ist, wenn er sich auf die Natur richtet.

Iets heel anders dan deze natuurwetten die betrekking heb­ben op het dode ervaart de levende wil, die als kiem aanwezig is, wanneer hij zich op de natuur richt.

Onder nstuur moet m.i. hier worden verstaan: de levende natuur.

Was uns zunächst in den Sinnen, ganz im Umfange der zwölf Sinne, in Beziehung bringt zur Außenwelt, das ist nicht erkenntnismäßiger, sondern willensmäßiger Natur. 

Wat ons via de zintuigen, en wel het gehele gebied van de twaalf zintuigen,0 verbindt met de buitenwereld is niet een kenproces, maar wilsmatig van aard. Dit inzicht heeft de mens van tegenwoordig eigenlijk geheel verloren.

Steiner gaat vervolgens in op wat ‘waarnemen’ is. Hij doet dit op vele plaatsen, in zijn boeken (o.a. Filosofie van de vrijheid) en in de voordrachten. In het kader van deze besprekingen wordt daaraan een apart artikel besteed (3-4-1, nog niet oproepbaar) 

Eén ding is steeds heel duidelijk: waarnemen vraagt innerlijke activiteit; wakkere activiteit. Het lukt niet als we moe zijn. Het lukt niet als we ‘met onze gedachten elders’ zijn. Het lukt niet als we ‘teveel aan ons hoofd hebben’, Aandacht en volharding, doorzetten en volhouden, zijn o.a. sleutelwoorden. Ofwel: Ik-activiteit, resp. wil(skracht)

blz. 50

Was für die Sinnesempfindungen am Auge und Ohr überall wichtig ist, das ist nicht so sehr das Passive; es ist das Aktive, das, was wir willentlich den Dingen entgegenbringen. 

Wat voor de zintuiglijke waarnemingen in oog en oor boven­al belangrijk is, dat is niet zozeer het passieve als wel het actieve: dat wat wij vanuit de wil richten op de dingen.

Op blz. 51 vat Steiner, uitgebreider dan op blz. 49, de 2e voordracht nog eens samen, nu vooral met het oog op de natuur:

Der Mensch steht, indem er der Natur gegenübersteht, durch sein Verstandesmäßiges der Natur gegenüber und faßt dadurch alles das von ihr auf, was in ihr tot ist und eignet sich von diesem Toten Gesetze an. Was aber in der Natur aus dem Schoße des Toten sich erhebt, um zur Zukunft der Welt zu werden, das faßt der Mensch auf durch seinen ihm so unbestimmt erscheinenden Willen, der sich bis in die Sinne hinein erstreckt.
Denken Sie sich, wie lebendig Ihnen Ihr Verhältnis zur Natur wird, wenn Sie das eben Gesagte ordentlich ins Auge fassen. Sie werden sich dann sagen: Wenn ich in die Natur hin- ausgehe, so glänzt mir entgegen Licht und Farbe; indem ich das Licht und seine Farben aufnehme, vereinige ich mit mir das von der Natur, was sie in die Zukunft hinübersendet, und indem ich dann in meine Stube zurückkehre und nachdenke über die Natur, Gesetze über sie ausspinne, da beschäftige ich mich mit dem, was in der Natur fortwährend stirbt. In der Natur ist fortwährendes Sterben und Werden miteinander verbunden. Daß wir das Sterben auffassen, rührt davon ber, daß wir in uns tragen das Spiegelbild unseres vorgeburtlichen Lebens, die Verstandeswelt, die Denkwelt, wodurch wir das der Natur zugrunde liegende Tote ins Auge fassen können. Und daß wir dasjenige, was in der Zukunft von der Natur da sein wird, ins Auge fassen können, rührt davon her, daß wir nicht nur unseren Verstand, unser Denkleben der Natur entgegenstellen, sondern daß wir ihr dasjenige entgegenstellen können, was in uns selbst willensartiger Natur ist.

de relatie van de mens tot de natuur is tweeledig. Door zijn verstand staat de mens tegenover de natuur en daardoor neemt hij alles op wat dood is in de natuur en maakt hij zich de wetten van dit dode eigen. Maar wat zich in de natuur uit de schoot van het dode opricht om toekomst van de wereld te worden, dat neemt de mens in zich op via zijn wil, die hem zo onduidelijk voorkomt; en die reikt tot in de zintui­gen.

Denkt u zich eens in hoe levendig uw relatie tot de natuur wordt, wanneer u deze woorden werkelijk tot u laat doordrin­gen. U zult dan zeggen: wanneer ik de natuur inga, word ik omgeven met de glans van licht en kleur; door het licht en de kleuren in mij op te nemen, verenig ik mij met het element van de natuur dat vooruit wijst naar de toekomst. Wanneer ik dan weer naar huis ga en thuis over de natuur nadenk en natuurwet­ten uitdenk, dan houd ik mij bezig met hetgeen er in de natuur voortdurend sterft. In de natuur zijn het sterven en het worden voortdurend met elkaar verbonden. Dat wij het sterven in ons op kunnen nemen, komt doordat wij het spiegelbeeld van ons leven voor de geboorte in ons dragen, de verstandswereld, de denkwereld, waardoor we het dode dat ten grondslag ligt aan de natuur kunnen begrijpen. En dat we kunnen waarnemen wat er van de natuur in de toekomst zal bestaan, komt doordat we niet alleen ons verstand, ons denken op de natuur richten, maar ook datgene wat in onszelf wilsmatig van aard is.

.

*GA= Gesamt Ausgabe, de boeken en voordrachten van Steiner

[1] GA 293
Algemene menskunde als basis voor de pedagogie
[
2] GA 294
Opvoedkunst. Methodisch-didactische aanwijzingen
[
3] GA 295
Praktijk van het lesgeven

.

0twaalf zintuigen: Zie o.m. Von Seelenrätseln (1917) GA 21, hoofdstuk lV, Soesman, De twaalf zintuigen
.
Zintuigen: alle artikelen 

Over waarnemen: [21-1]   [21-2]
.
Algemene menskunde: voordracht 3 – alle artikelen

Algemene menskundealle artikelen

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

.

1696

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.